Login:


Statistics

Who is online:
Registered users: Canoa Quebrada, Cunha, Dilma

Total members 449
Our newest member German

Blog (Dutch)

Eindelijk….Brazilië!

by Mari Smits

Na twee jaren van voorbereiding en onderhandelen met de Braziliaanse autoriteiten was in november 1948 de aankoop van de Fazenda Ribeirão, een verlaten veefazenda van het Amerikaanse vleesconcern ‘Armour’ eindelijk geregeld. Al vanaf juli 1948 was een groep pioniers met Nederlands stamboekvee op de fazenda aanwezig om de ontginning op gang te brengen en de komst van de eerste emigrantengezinnen voor te bereiden. Op 18 december 1948 publiceerde Boer en Tuinder een brief van Geert Heymeijer met zijn indrukken van de pionierstijd.

Fazenda Ribeirão, Brazilië.


Ik zit te schrijven aan de enige tafel, die de kleine kolonie rijk is. Door het raam zie ik op een brede rand hoge struiken met grote felrode papegaaibloemen; de witte muur van de paardenstal blinkert er doorheen en verderop wuiven de slanke eucalyptusbomen tegen een achtergrond van flauw golvende heuvels en een stuk blauwe lucht. Het is winter hier en het klimaat is thans zo ideaal als men maar wensen kan. Daar zitten wij dan met vier mannen, één vrouw en twee kinderen, met vijfduizend hectaren voor ons om te ontginnen. Eindelijk, na bijna twee jaren van zoeken, onderhandelen en voorbereiden is het er van gekomen. Vijfduizend hectaren zijn ons eigendom geworden en zij liggen te wachten op de Nederlandse boeren, het Nederlandse vee en de tractoren.
We zitten hier nogal erg primitief en de kolonisten zullen zich wel een tijdlang moeten behelpen met een minimum aan comfort; het menu is nog niet overdadig, want de productie is nog niet begonnen. Zwarte koffie met zelfgebakken brood aan het ontbijt en ’s middags het nationale voedsel: rijst met bonen, en ’s avonds…. bonen met rijst (meel is duur en schaars). De sinaasappelbomen zijn grondig leeggeplukt door de vertrekkende eigenaren; de bananen zijn nog niet rijp maar de Nunhemse worteltjes, de sla en de tomaten staan al boven de grond. En de volgende week komen de koeien, die Willem Miltenburg uit Holland meebracht en nu nog in quarantaine staan.

Tractoren ronken dag en nacht.

Als de lezers dit onder het oog krijgen, zullen de tractoren waarschijnlijk reeds ronken over het terrein. Dag en nacht zullen ze doordraaien en het land openscheuren met de machtige schijfploegen, want voor december moeten er 1000 hectaren met mais, rijst en bonen bezaaid zijn. En intussen draven de vier bruinzwarte Brazilianen, die wij vanmorgen hebben aangesteld, dag en nacht op hun kleine paardjes het terrein rond om het te bewaken. Want een pas verlaten fazenda is een begerenswaardig object voor lieden, die van jagen en vissen houden of behoefte hebben aan prikkeldraad, dat hier verschrikkelijk duur is, of aan de ijzerharde heiningpalen, die hier bij duizenden staan.

Problemen.

Denk nu maar niet, dat alles zo eenvoudig gaat in dit land. Wie het niet zelf gezien heeft, kan er zich geen beeld van vormen en zich de moeilijkheden niet voorstellen, die overwonnen moeten worden. – Neen, ons geduld zal nog dikwijls zwaar op de proef worden gesteld en wij zullen ons nog vaak moeten verbijten, alvorens wij een beetje behoorlijk behuisd zijn en vooral voor we voldoende in de spullen zitten. Materiaal om te werken en grondstoffen vormen het grote probleem hier.
Een schop en een hamer zijn heus niet voldoende om 5000 hectaren te lijf te gaan waar alles ontbreekt en waar de meest primitieve problemen nog moeten worden opgelost. Problemen van water, licht en kracht. Problemen van transport, dat altijd grote afstanden betreft en over wegen gaat, die in modderpoelen veranderen na een flinke regenbui. Problemen van aanvoer van materiaal en niet het minst het probleem van de taal… van de duiten!

Kerkgang: 40 km heen en 40 km terug

De mensen “thuis” kunnen zich eenvoudig niet indenken wat het betekent als je op vele kilometers afstand geen smid hebt en geen smidse, geen timmerman, geen spijkers en geen hout, om van een bakker en een slager, een monteur en een metselaar maar niet te praten. Voor de zondagse kerkgang moet een rit gemaakt worden van 40 km heen en 40 km terug. Maar dan genieten we daarna ook met volle teugen van de gulle gastvrijheid van de Hollandse paters, die zich daar in Campinas hebben gevestigd en van wie wij reeds veel materiële en geestelijke hulp hebben ondervonden.
Maar helemaal zonder iets zitten we toch niet. Wij hebben een waterkrachtturbine, die 10 p.k. kan leveren en bovendien nog een stroomversnelling, die een vermogen kan opbrengen van 50 p.k. We hebben een bos van een paar honderd ha waarin nog gekapt en gezaagd moet worden en over vrij grote afstand naar het centrum gesleept.
Aan de turbine was een cirkelzaag gemonteerd, maar de vorige eigenaren hebben alles keurig opgeruimd, maar de vorige eigenaren hebben alles keurig opgeruimd en ze hebben de cirkelzaag niet vergeten. Maar daarop was gerekend en een cirkelzaag behoorde tot de uitzet van de eerste pioniers, die in april vertrokken. Nu moet dat geval echter nog gemonteerd worden en moet er een werkbank worden gefabriceerd. Wat overtallige stalstijlen leverden het materiaal. Prachtig hout, maar keihard en je kreeg er geen spijker door. Met bouten en moeren moet de zaak nu in elkaar worden gezet en Henk Ruhe toog er vanmorgen op uit met de bus naar het dichtst bijzijnde stadje op 15 km afstand. Het hele plaatsje werd “uitgekamd” op bouten en de oogst was 30 tweedehands bouten en moeren voor de somma van ƒ 11,30. En dan zeiden ze nog dat het goedkoop was!

Dit artikel heb ik eerder gepubliceerd op Holambra.nl. Meer informatie over het verhaal van de honderdduizenden Nederlanders die de afgelopen twee eeuwen overzee een nieuw bestaan hebben gezocht kun je vinden op de Facebook pagina Landverhuizers. De pagina is een initiatief van Tulipana, een programma dat zich inzet voor het veiligstellen van bedreigd erfgoed van Nederlandse emigranten. Tulipana is een initatief van het Centre for Global Heritage and Development.