Login:


Statistics

Who is online:
Registered users: Cunha, Dilma, Holambra, lovebrasil, Martinho

Total members 434
Our newest member Jgvriendschap

Blog (Dutch)

Wij zochten land in Brazilië (III)

by Mari Smits

Na de muzikale break ging Heymeijer in zijn radiopraatje in op de vraag of Brazilië een geschikt emigratieland was voor de Nederlandse boeren. Hij was kritisch, maar zag wel mogelijkheden, mits er aan een aantal voorwaarden zou worden voldaan. Hij citeerde de Zuid-Amerikakenner Willem Julius van Balen (1890-1984) die kort daarvoor had geschreven dat de bodem van het continent gedrenkt was met het zweet, de tranen en het bloed van tienduizenden.

Na dit muzikale uitstapje, luisteraars, keeren wij terug naar ons uitgangspunt: wij zochten land in Brazilië: boerenland. Men zou zoo zeggen (…) dat dit niet zoo moeilijk geweest zal zijn en wel overal te vinden en dat het verder zeer aantrekkelijk moet zijn in dit land te leven en gemakkelijk om er geld te verdienen. Zoo eenvoudig is het echter niet, luisteraars, want iedere medaille heeft een keerzijde en zoo zijn er omstandigheden, die ik in het begin noemde en die zoo gunstig leken – en het inderdaad ook zijn – evenzoo vele factoren, die de vestiging als landbouwer kunnen bemoeilijken. Ik wil een paar voorbeelden noemen.

De geweldige uitgestrektheid van het land en de dunne bevolking, die eenerzijds de ruimte voor onze boeren waarborgen, zijn anderzijds weer oorzaak van een zeer moeilijk en zeer kostbaar verkeer. De afzet van de producten naar de consumptiegebieden levert in vele gevallen zulke ernstige moeilijkheden op, dat het niet de moeite loont om die producten te gaan verbouwen. Die geweldige ruimte is ook aanleiding geweest tot die groote bedrijven (…) maar ook door het beoefenen van roofbouw. En dat heeft weer tot gevolg, dat de bodem in vele streken uitgeput en verarmd is. Men heeft toch grond genoeg! Maar het gevolg daarvan is, dat de goede grond steeds verderaf gezocht moet worden.

Het prachtige klimaat, dat het leven daar zeer veraangenaamt, kan echter den boer in sommige gevallen leelijk parten spelen, omdat de regenval niet zoo goed verdeeld is als hier, maar maandenlang geheel kan ophouden. In die periode groeit er dus geen gras voor het vee en soms kan de periode zoo lang aanhouden, dat ook andere gewassen verdrogen. Daarbij zijn er ook uitgestrekte gebieden, waar het zóó warm is, dat het voor den Nederlandschen boer niet mogelijk is om te werken.

Allen bij elkaar moesten wij dus zeer goed uitzien om geschikten grond te vinden voor onze boeren en tuinders, want ook in den tuinbouw zitten wel mogelijkheden. Wij zochten dus naar terreinen, die in een goed klimaat waren gelegen, die behoorlijke verbindingen hebben en dus goede afzetgebieden bieden en waar de grond goed was. Wij hebben nu enkele gebieden op het oog en daarvan wordt de grond door een van ons [ir. W.F. van Beers, MS] nader onderzocht. Definitieve resultaten moeten we dus nog afwachten. Ook andere moeilijkheden moeten nog worden opgelost, maar daarover kan ik U in de 10 minuten, die mij zijn toegemeten, niet praten. Slechts een wil ik er noemen en dat is, dat wij niet vergeten mogen, dat wij ons geld niet naar Brazilië mogen meenemen en dat wij dus voor onze bedrijfscredieten geheel op Brazilië zijn aangewezen. En verder wil ik U wel zeggen, wat onze conclusie is. In het kort komt dit erop neer, dat wij niemand durven aanraden op zijn eentje naar Brazilië te emigreeren. Daarvoor zijn de moeilijkheden te groot en te velerlei. Practisch gesproken is het voor onze boeren alleen mogelijk in Brazilië te slagen, indien dit geschiedt in groepsverband onder goede leiding en met een staf van lieden, die de moeilijkheden op het gebied van den landbouw, van het vervoer en van den verkoop en de verwerking van het product mede helpen oplossen. Voor hen, die meenen op eigen beenen te kunnen staan en in een geheel vreemde omgeving succes te hebben met werkmethoden, waaraan men in eigen land gewend is, wil ik de harde woorden herhalen die, Mr. Van Balen in zijn boek Nederland en de A.B.C.-staten, woorden, die aan duidelijkheid niets te wenschen overlaten. Van Balen schrijft dan: ‘Om het nu maar eens heel kras uit te drukken: de bodem van Zuid-Amerika is gedrenkt met het zweet, de tranen en bloed van tienduizenden, die aldus gemeend hebben, zich wel op den duur omhoog te kunnen werken. Enkelen zijn geslaagd en hun schitterend voorbeeld heeft vele anderen verblind, doch het overgroote meerendeel is op den Zuid-Amerikaanschen akker ondergeploegd als mest, waarvan op zijn gunstigst volgende generaties het voordeel zullen trekken.’

Dit is inderdaad kras uitgedrukt en naar mijn meening gelden deze woorden niet uitsluitend voor Zuid-Amerika. Ook in Frankrijk en andere emigratielanden zijn er vele, zeer vele mislukkelingen ten onder gegaan, omdat zij niet voldoende waren voorbereid. Maar die woorden mogen een waarschuwing zijn voor onverantwoordelijke optimisten – wij hebben er ontmoet in Brazilië – die meenen, dat emigreeren een plezierreis is. En aan den anderen kant houdt het een les in voor ons om goed uit te zien en niet over ijs van één nacht te gaan. Laat ons hopen en ook bidden, luisteraars, dat wij erin slagen zullen door goed onderzoek, door een goede organisatie en door taaie volharding in Brazilië een gelukkige toekomst te scheppen voor een groot aantal Nederlandsche boeren en tuinders.

Bronnen: KDC, Archief KNBTB, inv.no. 3390; J.W. van Balen, Nederland en de ABC-staten (Amsterdam 1945), pp. 247-248.


Dit artikel heb ik eerder gepubliceerd op Holambra.nl. Meer informatie over het verhaal van de honderdduizenden Nederlanders die de afgelopen twee eeuwen overzee een nieuw bestaan hebben gezocht kun je vinden op de Facebook pagina Landverhuizers. De pagina is een initiatief van Tulipana, een programma dat zich inzet voor het veiligstellen van bedreigd erfgoed van Nederlandse emigranten. Tulipana is een initatief van het Centre for Global Heritage and Development.